Con Amore en haar geschiedenis in 90 jaar: deel 2

Con Amore bestaat 90 jaar in 2020. De aankomende periode nemen we je mee in onze geschiedenis in een aantal afleveringen met gebruikmaking van muziektermen…

Deel 2

Intermezzo Agitato tijdens de bezetting

Mei 1940 Muziekvereniging Con Amore komt in donkere tijden. Het eerste jaar van de oorlog werd er nog wel af en toe geprobeerd te repeteren, maar als de bezetter eist dat de vereniging zich inschrijft in de z.g. “Kulturkammer” komt ook daaraan een eind. Con Amore weigert daarop in te gaan. De leden leveren hun instrumenten in o.a. bij Jan Peters en bij Wanders in de van Balverenlaan.

Als in 1944 de landingen in Frankrijk plaats vinden, krijgt men bij Con Amore weer hoop, al duurt die dan nog wel tot het voorjaar van 1945. Slechts zeven instrumenten worden in de chaos terug gevonden. De grote bas zelfs met kogels doorzeefd. In augustus van 1945 meldt zich ook Jan Warbroek weer in Oosterhout en begint voor Con Amore een nieuw tijdperk.

Tempo Primo Continuo: de muzikale wederopbouw

Mei 1945 Iedereen probeert de draad weer op te pakken, zo ook de Fanfare in Oosterhout. Maar met zeven instrumenten begin je niet zo veel. Maar…. op de zolder bij Pastoor Nierman (pastoor van 1943 tot 1954 pastoor van Oosterhout en later bisschop van Groningen) in de pastorie liggen nog drie ongeschonden instrumenten. Dat is niet voldoende natuurlijk en de heer Warbroek en enkele bestuursleden gaan op zoek naar instrumenten. Zo komt men op de gedachte koperen granaathulzen te zoeken en verzamelen om die met een vrachtwagen vol naar Instrumentenfabriek Kessels in Tilburg te brengen met de opdracht voor tienduizend gulden instrumenten te maken.

Vanaf 1945 wordt met een twaalftal leden onder wie Louis Andriessen, Geert Meuesen, Jan Besselink,  Bernd Steeg en Grad Janssen en anderen weer muziek gemaakt. En in 1946 op de eerste te vieren bevrijdings- dag wordt op meerdere plaatsen opgetreden o.a. in Elst, Herveld Valburg en Slijk-Ewijk en natuurlijk in Oosterhout wordt voor eigen publiek gemarcheerd.

Bij het vierde lustrum van Muziekvereniging Con Amore beleeft Con Amore een van de grote hoogtepunten uit de nu bijna negentigjarige historie: het organiseren van een Groot Nationaal Federatief Muziek Concours. Een aantal te noemen deelnemers in de concertwedstrijd uit Ederveen, Oene, Renkum, Groningen, Nijmegen, Wijchen, Bennekom, Veenendaal en als ook in de marswedstrijd uit Elst, Velp, Mook , Afferden, Schayk, Rheden en de Wijk. Dit alles werd natuurlijk ondersteund door een erecomité zo ging dat in die tijd met Baron van Boetzelaar uit Oosterhout, Baron van Lijnden burgemeester van Valburg, prof dr. F. Huygen, G. Verhaaf, G. Bouwman, J. Faber, G. Paul, Th. Krijnen, W. van Ralen, Z. van Meerten, H. van den Brink Th. Kampschreur H. Wanders A. van Kesteren A. Borgonjen.

Binnen de muziekvereniging zijn tussen 1945 en 1965 natuurlijk bekende mensen actief geweest waarvan Theo van Woerkom, Jan Warbroek en Pastoor Nierman duidelijk een hoofdrol speelden. Onder aanvoering van Theo van Woerkomals voorzitter, met in het dagelijkse bestuur Jan Peters secretaris en Bernd Steeg penningmeester is Theo van Woerkom duidelijk een voortrekker die gepassioneerd zijn zienswijze etaleerde en van Con Amore een zeer goed georganiseerde vereniging heeft gemaakt. Reeds in 1952 werd door Con Amore al aan een concours meegedaan zowel in concert als in mars. Resultaat een promotie naar de tweede afdeling. Dat is een glorieuze intocht geworden vanaf de “Halve Weg” onder begeleiding van het tamboerkorps en met verwelkomingen in Oosterhout door de voorzitter van OSC en bij Cafe Merkus-Nuy door zangvereniging “Nieuw Leven”, waarmee zo nu en dan gezamenlijk uitvoeringen werden gegeven.

Behalve een fanfare werd in 1947 o.l.v. Jaques Rikken(Herveld) het eerste tamboerkorps opgericht. Na hem werden achtereenvolgens de instructeurs Jonkers en van Hulst aangetrokken waarvan laatstgenoemde als militair het exerceren als belangrijk onderdeel heeft geïntroduceerd. Het tamboerkorps veroverde eerste prijzen en kon zich zo in de kijker spelen. In 1954 wordt de heer Koppers aangetrokken en dan begint een nog groter succes. Niet alleen is “meneer Koppers” een gekwalificeerd instructeur maar ook een soort “vader” voor de leden van het tamboerkorps. En dat laatste heeft natuurlijk ook bijgedragen aan het succes. De leden waren allemaal goede slagwerkers waarvan Wim Maassen door zijn collega’s als meest begaafde wordt gezien. Over begaafd gesproken: als je als Karel Mombarg op enige afstand van het repetitie-lokaal van de tamboers woont en een daar uitgevoerde mars gewoon thuis kunt naspelen en dat ook nog gehoord wordt door meneer Koppers nou dat kun je wel wat en dat werd door “Kareltje” waargemaakt op de diverse solistenconcoursen. Het jaar 1964 is memorabel vanwege een concours in Angerlo met een bijzondere mars “Down Valley”waarin Henk Degen en Wim Maassen de solo vertolkten en dat is nog  vele malen door hun ten gehore gebracht. Ook memorabel was het overlijden de heer Koppers in dat jaar en dat was een heftige aderlating en voor het tamboerkorps en tevens “opheffing”. Het zou nog tot 1969 duren dat Stef Degen en enkele andere initiatiefnemers een “nieuw” tamboerskorps oprichten.

Volgende keer van Decrescendo naar Crescendo in de jaren zeventig 1965-1980